Gepost door: Els Hesemans | augustus 20, 2008

Alan Pauls – ‘Geschiedenis van het huilen’

Het Argentijnse tranendal

Onder de term ‘Latijns-Amerikaanse literatuur’ vinden we zowel romans terug van auteurs die door de jaren heen een enorme wereldfaam hebben verworven, zoals Carlos Fuentes, Julio Cortázar en Gabriel García Marquez, als minder bekende maar daarom niet minder veelbelovende auteurs. In de reeks Literatura Latina combineert uitgeverij Meulenhoff deze gevestigde waarden met het schrijvende talent van de toekomst.

Zo’n toekomstige belofte is bijvoorbeeld de in Buenos Aires geboren schrijver Alan Pauls. Naast docent literatuurwetenschappen is hij ook filmcriticus en journalist. Zijn meest succesvolle roman ‘Het verleden’ was zijn vierde roman. Hiervoor mocht hij in 2003 de Premio Harralde Novela in ontvangst nemen. Naast een verzameling essays over Borges schreef hij ook ‘Geschiedenis van het huilen’, het boek dat wij voor Cutting Edge gelezen hebben.

‘Geschiedenis van het huilen’ situeert zich in Argentinië tijdens de laatste militaire dictatuur, met in de hoofdrol een heel gevoelig maar verstandig jongetje dat al op zeer jonge leeftijd veel verplichte politiek getinte schrijfsels voor militanten in de jaren 1960 gelezen heeft. Hoewel hij geen prater is – hij leest of luistert liever – komen veel volwassenen naar hem toe, nemen hem volledig in vertrouwen en wordt hij voor hen een rots in de branding. Enkel in het bijzijn van zijn vader durft hij al eens een traantje te laten.

Alles verandert op de dag dat hij op tv naar de staatsgreep tegen Salvador Allende kijkt en ziet hoe het presidentiële paleis in brand staat. Op dat moment komt hij tot de vaststelling dat hij niet meer kan huilen en lijken ook alle normen en waarden waarin hij tot dan rotsvast geloofde, af te brokkelen. ‘Hij kan het niet uitstaan. Waarom is hij niet zo dichtbij? Wat scheidt hem van dat wat hij zo goed begrijpt, wat hij beter begrijpt dan wie ook? Hij heeft het gevoel dat de wereld nooit zo onrechtvaardig is geweest: alleen hij heeft het recht om te huilen, maar zijn ogen zijn zo droog dat als hij er met een lucifer langs zou strijken die spontaan zou ontbranden.’

Als we het thema van ‘Geschiedenis van het huilen’ in één woord zouden samenvatten, dan zou dat ontgoocheling zijn. Enerzijds de persoonlijke ontgoocheling in de vaderfiguur (het hoofdpersonage met gescheiden ouders kan met zijn vader enkel communiceren door middel van tranen) en anderzijds de politieke desillusie in het postdictatuurtijdperk van de jaren ‘70.

‘Geschiedenis van het huilen’ kan worden omschreven als een roman die in terugblikken de mythes van de jaren 1970 onderzoekt – de underground lifestyle, de dubbele levens, de opoffering – en op onverdachte wijze ontdekt dat de dingen vaak niet zijn zoals ze lijken. Dit laatste is ook van toepassing op de novelle zelf. Het lijkt een heel dun boekje van een 90-tal pagina’s, gemakkelijk uit te lezen, maar zo vlot leesbaar is het niet. De ellenlange zinnen dwarsbomen soms het leesgenot en doen ons bij momenten meer denken aan een les Nederlands over hoofdzinnen en bijzinnen dan aan een goed geschreven en indrukwekkende novelle. Hierdoor verslapt de aandacht voor de inhoud soms, wat jammer is, want puur inhoudelijk is de novelle zeker het lezen waard. Enkel de grammaticale verpakking laat soms wel erg te wensen over.

© Els Hesemans
Oorspronkelijk gepubliceerd op CuttingEdge.be

Multimedia:

Een interview met Alan Pauls:


Laat een reactie achter

Jouw reactie:

Categorieën