Gepost door: Els Hesemans | augustus 4, 2008

Doris Lessing – ‘Alfred & Emily’

Two sides to every story

Doris Lessing, de grande dame van de twintigste-eeuwse Engelse literatuur, won vorig jaar op bijna 88-jarige leeftijd de Nobelprijs voor Literatuur. Meer dan dertig jaar was dat icoon van het literair feminisme in de running voor de hoogste onderscheiding in de literatuurwereld. La Lessing heeft meer dan dertig geëngageerde romans, verhalenbundels, dichtbundels en toneelstukken op haar palmares staan.

Naast haar bekendste werk, ‘Het gouden boek’, een roman uit 1962 die lang werd beschouwd als de feministische bijbel, schreef Lessing ook een aantal werken met een meer autobiografische inslag. De vijf boeken in de ‘Children of Violence’-reeks bijvoorbeeld, maar ook haar driedelige autobiografie: ‘Under my skin’, gevolgd door ‘Walking in the Shade: Volume II of My Autobiography 1949-1962′ en ‘The Sweetest Dream’.

In haar nieuwste worp, ‘Alfred en Emily’, gaat Lessing nogmaals de autobiografische toer op en heeft ze de grens van de memoires verlegd door haar roman in twee grote delen op te splitsen: in fictie en persoonlijke herinneringen aan het leven van haar ouders Alfred en Emily. Door het leven van haar ouders via twee verschillende invalshoeken te benaderen probeert de bijna negentigjarige Lessing beter te begrijpen waar ze haar leven lang mee geworsteld heeft: de vraag wie haar ouders precies waren, wat zij wilden bereiken en waar en wanneer ze het gelukkigst waren.

Door fictie naast non-fictie te plaatsen in een roman, worden er vraagtekens gesteld bij onze altijd veranderende houding ten opzichte van bepaalde herinneringen die we ons leven lang meedragen. De herinneringen blijven vaak dezelfde, maar het is de houding die we aannemen die vaak verandert door de tand des tijds.

In het eerste deel van de roman, ‘Een novelle’, beschrijft Lessing het leven van de jonge Alfred en Emily ‘zoals het had kunnen verlopen’ als de Eerste Wereldoorlog niet had plaats gevonden. Beide personages bouwen in dat verhaal een volledig leven uit naast elkaar, niet met elkaar. Van een dochter Doris is er geen enkele sprake. Het tweede deel van de roman, ‘Twee levensverhalen’, bevat de feiten en de herinneringen aan het leven van Alfred en Emily, aanschouwd door de ogen van een kind en geïnterpreteerd door de ogen van een volwassen schrijfster. Alfred sloot zich aan bij het leger en ontsnapte per toeval aan de slag bij de Somme. Terwijl Alfred een been verloor, verloor Emily haar grote liefde. Alfred revalideert in Londen en leert in het ziekenhuis de eigenzinnige verpleegster Emily kennen, met wie hij trouwt. Ze verhuizen naar Rhodesië (het huidige Zimbabwe) en daar wordt Doris geboren.

Ook in dit boek – net zoals in andere werken van Lessing – komen twee thema’s steeds terug: enerzijds het antagonisme tussen moeders en dochters en anderzijds het belang – voor vrouwen, hun families en de maatschappij in het algemeen – dat vrouwen buitenshuis kunnen gaan werken. Lessing verwerkt deze thematiek in dit fictionele en non-fictionele schrijfsel waarmee ze de grenzen van de memoires verlegt.

Is ‘Alfred en Emily’ een messcherpe roman die de lezer constant kan blijven boeien? Het concept om fictie naast non-fictie te verwerken in ‘Alfred en Emily’ is heel spitsvondig, waardoor je als het ware twee verschillende scenario’s voorgeschoteld krijgt op de vraag: wie zijn Afred en Emily? Alleen schuilt het gevaar erin om na het eerste hoofdstuk de roman weg te leggen en hem niet meer op te nemen om het tweede deel eveneens uit te lezen. Wij hebben dat toch gedaan, niet met vol enthousiasme, maar uit respect voor de Nobelprijswinnares.

© Els Hesemans
Oorspronkelijk gepubliceerd op CuttingEdge.be

Multimedia:

Doris Lessing krijgt te horen dat ze de Nobelprijs gekregen heeft:

John Mullan interviewt Doris Lessing:


Laat een reactie achter

Jouw reactie:

Categorieën