Carlos Fuentes - ‘Alle gelukkige gezinnen’
april 29, 2008 door Erwin Tommissen
Mexicaanse horror
Na de Tweede Wereldoorlog werd er in de Nederlandse literatuur gesproken over de Grote Drie: Willem Frederik Hermans, Gerard Reve en Harry Mulisch. Latijns-Amerika kwam nog straffer uit de hoek met zijn Grote Vier: de Argentijn Julio Cortazár, de Colombiaan Gabriel García Márquez, de Peruviaan Mario Vargas llosa en de Mexicaan Carlos Fuentes. De eerste heeft inmiddels het tijdelijke voor het eeuwige verruild, maar de onnavolgbare verhalenvertellers Márquez, Vargas llosa en Fuentes blijven op geregelde tijdstippen nog steeds romans afleveren waarin ze de persoonlijke levenswandel van hun hoofdpersonages op dromerige wijze verweven met de grote historische gebeurtenissen in hun vaderland.
De inmiddels tachtigjarige Carlos Fuentes wordt al sinds mensenheugenis beschouwd als de belangrijkste Mexicaanse schrijver. Juan Rulfo en Octavio Paz waren ook buitengewone schrijvers, maar toch is Fuentes voor velen de onbetwiste chroniqueur van de Mexicaanse geschiedenis en samenleving. Als geen ander maakt Fuentes er een erezaak van om in zijn boeken een stem te geven aan álle lagen van de Mexicaanse bevolking. Ook op zijn gezegende leeftijd blijft hij nog op geregelde tijdstippen essays schrijven voor de kranten ‘El pais’ en ‘Reforma’, en met ‘Alle gelukkige gezinnen’ - ligt er momenteel weer een nieuwe, vuistdikke roman van de nestor van de Mexicaanse literatuur in de boekhandels.
De roman kreeg als motto een citaat uit ‘Anna Karenina’ van Lev Tolsoi mee: ‘Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk gezin is op zijn eigen manier ongelukkig.’ Eén citaat zegt soms meer dan duizend woorden, en dat is ook hier weer het geval. Deze roman laat zonder schroom zien wat er allemaal mis gaat in de veelkleurige Mexicaanse gezinslevens. Naar goede gewoonte portretteert Fuentes hier niet het klassieke gezin, maar wel een bonte verzameling van gezinnen die gestalte geven aan de verscheidenheid van de Mexicaanse samenleving: een commandant die moet kiezen welke van zijn twee zonen moet sterven, een priester die zijn dochter in een dorp verbergt, een vader die wil dat zijn zonen tegen hun zin priester worden, een moeder die aan de moordenaar van haar dochter een brief over haar leven schrijft, enzovoort.
Dit is geen roman in de klassieke zin van het woord, maar eerder een verzameling van zestien kortverhalen waarin Fuentes telkens één facet van een Mexicaans gezin beschrijft. Het beeld dat hij van Mexico schetst, stemt je alvast niet vrolijk. De ene Mexicaanse generatie na de andere wordt in Fuentes’ ogen geconfronteerd met seksueel misbruik, corruptie, racisme, geweld en zelfs moord. De ruwe sfeer die van dit boek uitgaat, wordt nog versterkt door de koren die zoals in een Griekse tragedie voor de samenhang tussen de verschillende verhalen zorgen. Deze koren, die onder meer bevolkt worden door misbruikte dochters, weesjes en straatkinderen, vertolken de stem van het Mexicaanse volk en schreeuwen al rappend hun ellende uit. De slotregels van het koor zijn wat dat betreft alleszeggend: de van Joseph Conrad geleende en door de film ‘Apocalypse now‘ inmiddels onsterfelijk geworden woorden: ‘het geweld, het geweld’.
Van begin tot eind druipen de bladzijden van dit boek van de pijn en het venijn, en in combinatie met de nog steeds virtuoze schrijfstijl van Carlos Fuentes die als geen ander beklijvende personages tot leven kan wekken, maakt dit van ‘Alle gelukkige gezinnen’ een boek dat nog het best vergeleken kan worden met een Mexicaanse peper: vlijmscherp op je tong en met een beetje pech nog lang op je maag liggend.
Oorspronkelijk gepubliceerd op CuttingEdge.be op 28 april 2008
boekcover © Meulenhoff
Multimedia:
Carlos Fuentes legt uit wat Latijns-Amerikaanse literatuur zo bijzonder maakt:
Een ruim fragment van een lezing die Carlos Fuentes aan het Dartmouth College gaf: