Geen poespas, maar Poef
Remco Campert is op 67-jarige leeftijd nog steeds een bezige bij. Tussen de publicatie van twee romans – ‘Een liefde in Parijs’ en ‘Het satijnen hart’ – en een splinternieuwe dichtbundel ‘Nieuwe herinneringen’ die nu reeds in de boekhandels ligt, heeft hij nog tijd vrij kunnen maken voor een luchtig en gemakkelijk verteerbaar boekje: ‘Dagboek van een poes’.
Poef. Dat is de naam van de poes die in het flinterdunne boekje van Campert de hoofdrol speelt. Vanuit het perspectief van een huispoes wordt zowel de ‘avontuurlijke’ wereld van een doorsnee poes als de wereld van de ‘grote mensen’ besproken.Poef beschrijft de dingen vaak zoals zij ze waarneemt: op een speelse, soms kinderachtige en naïeve, maar altijd heel waarheidsgetrouwe manier. Zo noemt ze mensen ‘tweebenigen’ en haar bazen ‘Rok’ en ‘Bril’. Naast de mensen zijn er ook altijd poezen in de buurt: Thelonious, Malaparte, T.S. Eliot, Adinda, Cleopatra, Madonna, Comtesse de Noailles, Napoleon, Multatuli. De bekendste en tevens beruchtste kater is Rode Harry, de Terreur van de Tuinen, die op het einde van het verhaaltje voor een verrassend einde zorgt.
Spectaculaire avonturen – buiten wat kattenkwaad uithalen natuurlijk; wat doen poezen anders? – beleeft Poef echter niet. Niet dat wij dat erg vinden, want het zijn uiteindelijk niet zozeer de verhalen op zich die het boekje omtoveren tot megagrappig leesvoer. Het is vooral te danken aan de vertelkunst en de manier waarop Poef de alledaagse dingen beschrijft, die bij tijden hilarisch te noemen zijn.Het opvallendste kenmerk van het boekje is de fijne schrijfstijl van Campert. Met weinig woorden kan hij een situatie heel grappig schetsen. Voor poezen is er op aarde maar één diersoort die zij als vijand beschouwen: de hond. Dit ras wordt dan ook vaak aangehaald in minder positieve bewoordingen of eerder als scheldwoord gebruikt, wanneer de mensen vaak uitdrukkingen zouden gebruiken met het woord ‘god’ erin. Zo lezen we ‘Hondverdikkeme, wat verveel ik me. Hond mag ik eigenlijk niet zeggen, maar niemand kan me beletten om het te denken. Hond, Hond, Hond.’
De beschrijvingen van alledaagse beslommeringen verteld door de ogen van een kat doen ons soms wel eens stil staan bij de absurditeit van bepaalde dingen, of ze hebben vaak een heel humoristische ondertoon. ‘Wat is dat eigenlijk: werk? Rok verlaat ’s ochtends het huis en gaat dan naar haar werk. En als Bril achter zijn werkmachine zit is hij aan het werk. Ik mag dan niet op tafel springen en hem voor de vingers lopen. Werk is iets waarvoor je de deur uitgaat of waarvoor je juist binnen blijft. Die gedachte brengt me niet veel verder.’‘Dagboek van een poes’ leest als een trein, op een enkele rit van je huis naar je werk bijvoorbeeld heb je het uitgelezen. Het is heel licht verteerbaar leesvoer met een humoristische inslag en je leert de zielroerselen van je geliefde huisdier kennen. Ben je meer een dog person? Geen probleem. Ook fervente hondenliefhebbers kunnen we dit humoristisch poëtische boekje aanraden. Miauw.
