Gepost door: Els Hesemans | maart 21, 2008

Geerten Meijsing – ‘Siciliaanse vespers’

Verlossende of verwoestende liefde?

Meijssing - Siciliaanse Vespers

Geerten Meijsing heeft al een aantal noemenswaardige literaire prijzen op zijn naam staan. Voor zijn roman ‘Veranderlijk en wisselvallig’ won hij de AKO Literatuurprijs en in 1999 mocht hij voor ‘Tussen mes en keel’ de Gouden Uil in ontvangst nemen. Dit jaar prijkt zijn naam alweer op de longlist van de de AKO Literatuurprijs. De kanshebber is dit keer zijn roman ‘Siciliaanse vespers’.

In deze roman speelt Erik Provenier, Meijsings alter ego, opnieuw de hoofdrol. De inmiddels vijftigjarige en ziekelijke Erik heeft zijn geliefde Toscane verlaten voor het ‘fantastische’ Sicilië (wat Meijsing ook gedaan heeft) en komt opnieuw in contact met zijn lang verloren gewaande jeugdliefde Wolfje. Voor hem betekent dit de vervulling van een ultieme wens waarvan hij nooit gedacht had dat hij nog zou uitkomen. Met Wolfje maakt Erik doorheen het boek een soort huwelijksreis. Hij vertrekt op Sicilië en brengt een bezoek aan alle door hem geliefde plekken in Italië waar hij ooit, heel lang geleden, heel gelukkig was. De eindbestemming van de gezamenlijke reis is Amsterdam, de hoofdstad van hun beider bakermat. Naarmate ze hun eindpunt naderen, drijven er ook steeds vaker donkere wolken voorbij. Leidt Eriks brandende en passievolle liefde voor Wolfje tot zijn verlossing of tot zijn vernietiging?

Het thema van de aantrekkelijke en tegelijkertijd verraderlijke vrouw komt ook in dit boek terug. Wolfje is eigenlijk het koosnaampje waarmee Provenier zijn jeugdliefde aanspreekt. Haar echte naam is Elizabeth, maar hij noemt ze soms ook Lee (naar de femme fatale Lee Miller). Voornamelijk gebruikt hij de naam Wolfje omdat ze is zoals een Romeinse wolvin, eentje met meerdere gezichten: die van een Venus, van een moeder en van een hoer. In de passievolle en van seksualiteit doordesemde roman wordt een strijd geleverd tussen begeerte en afstoting, tussen liefde en haat. Hét thema in ‘Siciliaanse vespers’ is dan ook hoe vluchtig en oppervlakkig schijnbaar geluk kan zijn.

Naast het opvoeren van zijn alter ego, is het ook typerend voor Meijsing om andere personages te baseren op zijn eigen leefwereld en ervaringen. Ook in ‘Siciliaanse vespers’ kunnen we tal van ‘oude bekenden’ herkennen. Zo is Erik Provenier Meijsing zelf, de schrijvende zus van Erik is Meijsings eigen bekende zus en schrijfster Doeschka Meijsing en Jochem, Eriks literaire vriend in de roman, is in werkelijkheid recensent Jeroen Vullings.

Aangezien Meijsing zelf een gerespecteerd vertaler is van werken van Flaubert, Baudelaire, Stendhal en Proust, is het niet verwonderlijk dat er in de romans veel verwijzingen te vinden zijn naar andere auteurs. Zo begint elk nieuw deel van de roman met een citaat uit een of ander literair werk. Meijsings verheven taalgebruik, dat nogal eens als breedvoerig kan beschouwd worden, verheft de roman af en toe tot een hogere dimensie. De vraag blijft natuurlijk of alle lezers dit als een toegevoegde waarde zullen beschouwen. Het hoogdravende taalgebruik, de geleerde – vaak Italiaanse – woorden en de literaire verwijzingen die de lezer doorheen de volledige roman naar het hoofd geslingerd krijgen, zijn in het begin best indrukwekkend, maar hebben de neiging om naar het einde toe te gaan vervelen.

Toch staat het buiten kijf dat Meijsings schrijfstijl er eentje is vol humor, kennis en kunde. Of het voldoende is om de AKO Literatuurprijs in de wacht te slepen, daar hebben we toch zo onze twijfels over. Hoewel de roman leest als een sneltrein, is het toch jammer dat we op voorhand de eindbestemming al deels konden voorspellen en dat de afloop ons dus niet echt verraste.

© Els Hesemans
Oorspronkelijk gepubliceerd op CuttingEdge.be

Laat een reactie achter

Jouw reactie:

Categorieën