Grootstedelijke tristesse
David Van Reybrouck is als cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver van theaterteksten, gedichten, korte verhalen en columns een bijzonder bezige bij. Dat hij de literaire non-fictie perfect onder de knie heeft bewees hij al met het alom bejubelde ‘De plaag’. Met ‘Slagschaduw’ heeft Van Reybrouck zich nu voor het eerst ook aan het schrijven van een roman gewaagd.
De centrale figuur van het verhaal is de 31-jarige Rik, een freelancejournalist die bij zijn krant niet meer aan de bak komt en ondanks verwoede pogingen nooit van de slagschaduw van dood en verdriet verlost raakt.
Tegen de achtergrond van het Brusselse stadsgewoel raakt Rik in de ban van Egide Rombaux’ standbeeld van de verzetsheldin Gabrielle Petit op het Sint-Jansplein. Wanneer hij te weten komt dat de vrouw die model stond voor het standbeeld tijdens het poseren in een ijskoud Ukkels atelier reuma en een hartkwaal opliep, heeft Rik nog slecht één levensdoel: de onbekende vrouw vinden.
De mistroostige Rik verdwaalt in archieven en bibliotheken en wordt in het herfstige Brussel vooral met zichzelf geconfronteerd. Als snel blijkt dat hij nog steeds niet over de dood van Lode heen is. Lode was zijn laatste echte vriend, een briljante fotograaf die tijdens een gezamenlijke reportage over Parijs-Roubaix verongelukte. Ook Claire, een Waalse danseres die Rik had leren kennen aan de kunstacademie, blijft door zijn gedachten spoken. Gelukkig is er nog de ontwapenende Michelle Balikdjian die voor een sprankeltje hoop in treurige tijden zorgt…
David Van Reybrouck houdt in ‘Slagschaduw’ een lofzang op de megalomane smeltkroes Brussel, die afwisselend aantrekt en afstoot. In navolging van illustere voorgangers als Jacques Brel en Johan Verminnen probeert Van Reybrouck hier op zijn eigen, persoonlijke wijze het Belgische labyrint Brussel te doorgronden en hij doet dat met verve. Als Rik er niet in slaagt om het onbekende model te vinden, wordt hij onder invloed van de grote stad met al zijn onbekenden onvermijdelijk geconfronteerd met de vergeefsheid en vergetelheid van het menselijke bestaan. Toch kan Rik die typische grootstedelijke melancholie ook wel appreciëren: ‘Brussel wordt nooit een lief, niet eens een moeizaam lief, maar blijft altijd een commère die reutelt en zeurt en mij uiteindelijk negeert. Een tochtig plein, een grauwe straat, het gejammer van de trams. Liever die eerlijke tristesse dan een geveinsde gezelligheid.’
Met ‘Slagschaduw’ lost duivel-doet-al David Van Reybrouck de hooggespannen verwachtingen voor zijn romandebuut meer dan in. Hij heeft een pijnlijk herkenbaar verhaal gecomponeerd waarvan de puzzelstukjes uiteindelijk wonderbaarlijk in elkaar passen. Alleen al de wijze waarop hij met het begrip model speelt is meesterlijk: Rik is op zoek naar een naamloos model, maar bekijkt en boetseert zelf ook modellen aan de kunstacademie. Hij wordt zelf verliefd op een model en – oh ironie van het lot – figureert uiteindelijk zelf als schildermodel. Het verhaal van een almachtige voyeur die uiteindelijk zelf in een kwetsbare positie terechtkomt.
De queeste van Rik wordt, ondanks de op het eerste gezicht misschien wat deprimerende ondertoon, nooit zwaar op de hand. David Van Reybrouck gooit genoeg rake observaties, interessante anekdotes, verrassende wendingen en vooral een lucide schrijfstijl in de strijd om zijn verhaal tot het einde toe boeiend te houden.
‘Slagschaduw’ is daardoor een bijzonder leuke debuutroman geworden waarin de literaire alleskunner David Van Reybrouck toont dat hij ook als romancier uitermate beslagen op het ijs komt.
© Erwin Tommissen
Oorspronkelijk gepubliceerd op CuttingEdge.be
Multimedia:
Kort filmpje van Boek.be over ‘Slagschaduw’ van David Van Reybrouck, naar aanleiding van de Literaire Lente 2007

