De Mexicaanse vallei des doods
Met de publicatie van zijn megalomane roman ‘2666′ groeide de in 2003 op amper 50-jarige leeftijd overleden Chileense schrijver Roberto Bolaño postuum uit tot een internationaal gehypete schrijver die door het verzamelde recensentengild vergeleken werd met absolute grootheden van de Latijns-Amerikaanse literatuur als Gabriel Garcia Marquez en Mario Vargas Llosa.
Aanvankelijk wees niets er echter op dat Roberto Bolaño een groot romancier zou worden. Als jonge volwassene die opgroeide in Mexico was hij voornamelijk gefascineerd door poëzie. Samen met de dichter Maria Santiago richtte Bolaño een op realisme en dadaïsme geschraagd schrijversgenootschap op dat als voornaamste doel had het werk van de Mexicaanse dichter Octavio Paz onder vuur te nemen.
Toen hij op zijn 37ste vader werd en tegelijkertijd te horen kreeg dat hij aan een fatale leverziekte leed, gooide het toenmalige enfant terrible Bolaño zijn leven radicaal over een andere boeg. Hij wilde tijdens de jaren die hem nog restten zijn plaats in de wereldliteratuur veroveren, en in een ongeziene opstoot van creativiteit begon hij een indrukwekkend oeuvre bij elkaar te schrijven. Zowat het bekendste boek uit zijn nalatenschap is – naast het onvermijdelijke ‘2666′ – de kloeke roman ‘De wilde detectives’.
De korte inhoud van het boek lijkt verdacht veel op de baldadige jeugd van de poëtische tafelspringer Roberto Bolaño. In ‘De wilde detectives’ gaan de Mexicaanse dichters Arturo Belano en Ulises Lima, de leiders van een groep dichters die zich de reëel visceralisten noemen, in ware Don Quichot-stijl in de woestijn op zoek naar een verdwenen Mexicaanse dichteres uit een vorige eeuw.
Het wedervaren van Belano en Lima wordt in geuren en kleuren verteld door meer dan vijftig bevoorrechte getuigen van hun escapades. In het begin van de roman doet de literair geëngageerde rechtenstudent Juan Garcίa Madero zijn relaas, maar gaandeweg neemt een bont allegaartje van onder anderen schrijvers, kunstenaars, serveersters, prostituees en zelfs misdadigers de vertelhonneurs waar. Aangezien Bolaño er nooit een geheim van gemaakt heeft dat hij eigenlijk liever detective dan schrijver was geworden, is het niet verwonderlijk dat er uiteindelijk een detective in het verhaal opduikt die het hachje van de intussen zelf ook vermiste Belano en Lima moet proberen te redden.
Bolaño’s ambitieuze verteltechniek met constant afwisselende vertellers zal wellicht geen spek voor ieders bek zal zijn. Het is immers niet evident om meer dan 500 pagina’s lang een verhaal vanuit telkens weer een andere invalshoek te beleven, ook gezien het feit dat de spanningsboog niet altijd even strak gespannen staat. Zodra je echter begeesterd bent door deze niet-alledaagse vertelstijl, word je overrompeld door een in wellustige zinnen geschreven verhaal waarin moord, corruptie en vooral de Mexicaanse literaire scène de hoofdrol spelen. Samen met de vele verwijzingen naar ‘2666′ maakt dit van ‘De wilde detectives’ een zwierig elegante roman waarin je meegenomen wordt op een beklijvende wandeling door de valleien des doods van de Mexicaanse samenleving.
We zullen helaas nooit weten tot welke grootse prestaties Roberto Bolaño nog in staat zou zijn geweest als het levenslot hem gunstiger gezind was geweest. Only the good die young, helaas. Gelukkig heeft hij met onder meer ‘De wilde detectives’ enkele indrukwekkende boeken nagelaten die blijvend getuigenis afleggen van zijn uitzonderlijke literaire talent.
© Erwin Tommissen
Oorspronkelijk gepubliceerd op CuttingEdge.be
Multimedia:
- Een interview met Roberto Bolaño:
- Familie en literaire vrienden over Roberto Bolaño:
‘De kleren die wij dragen’ in een notendop? Een toegankelijke en boeiende roman over een Hongaars-joodse migrantenfamilie in het naoorlogse Londen. Auteur Linda Grant – zelf dochter van Poolse en Russische joden – tovert het verhaal van de migrantenfamilie Kovacs om tot een vlotte en welgeschreven klassieke Engelse roman.
Hoe begin je aan een debuutroman? Ons lijkt het het gemakkelijkst om in eerste instantie gebeurtenissen uit je eigen leven als inspiratiebron te gebruiken. Dat moet Isabel Fonseca ook gedacht hebben toen ze ‘Gebonden’ neerpende. Hoewel het verhaal van ‘Gebonden’ niet volledig overeenkomt met haar eigen leven zijn er toch een aantal overduidelijke parallellen aanwezig.
K. Schippers werd een tijdje geleden aangezocht om de straten van een Arnhemse woonwijk-in-aanbouw van namen te voorzien. De Nederlandse schrijver die in 1936 als Gerald Stigter werd geboren, wimpelde na enig overdenken het verrassende verzoek beleefd af, maar toch bleef het straatnaamproject nog enige tijd door zijn gedachten spoken. Zodanig zelfs dat de zoektocht naar gepaste straatnamen de aanleiding vormde voor de nieuwe roman van de voormalige laureaat van de
In opdracht van TG Stan schreef Bart Moeyaert ‘Graz’, een flinterdun boekje dat uiteindelijk een novelle voor volwassenen werd. Moeyaert haalde zijn inspiratie in het gelijknamige Oostenrijkse stadje waar hij o.a. voor lezingen tijd doorbracht en waar hij gefascineerd raakte door een apotheek aan de overkant van zijn hotel.
De inmiddels 83-jarige joods-Duitse schrijver
Aan lerarenromans was er de laatste maanden geen gebrek. Zo dingt Rob van Essen met ‘Visser’ mee voor de Libris literatuurprijs en houdt Daniel Pennac in ‘Schoolpijn’ een vurig pleidooi voor de terugkeer van passie, rust en bevlogenheid in het onderwijs. Sinds kort is er een nieuwe lerarenroman uit, ‘De leraar’, waarin Bart Koubaa de lezer met verstomming weet te slaan met de vaak cynische en voluit racistische uitlatingen die in menige leraarskamers in beroepsscholen plaatsvinden. De roman – een boek vol maatschappijkritiek en psychologische thriller in één – is op weg om een kleine klassieker te worden in de Vlaamse Letteren.
Als dieren konden spreken, wat zouden ze dan allemaal vertellen? De Nederlandse schrijver Toon Tellegen moet zijn antwoord niet ver gaan zoeken. Inspiratie kan hij in no time uit zijn eigen fantasie putten, of door gewoon te bladeren in het uitgebreide oeuvre dierenverhalen dat hij – oorspronkelijk voor zijn eigen kinderen, daarna voor een groot publiek – heeft neergepend.
Dat een beeld vaak veel meer vertelt dan duizend woorden, wordt nog maar eens bewezen door de omslagfoto ‘Widow with her sons’ van de vermaarde Duitse fotograaf
‘Met mijn luie oog’ is de debuutroman van de Ierse schrijfster Julia Kelly. In onze contreien doet haar naam misschien niet direct een belletje rinkelen, aan de andere kant van het water daarentegen heeft ze al enige bekendheid verworven. Haar debuut kaapte in Ierland vorig jaar namelijk de Irish Book Award voor ‘Best newcomer’ weg en zorgde ook voor een heuse stormloop in de boekenwinkels.